This page as PDF

Cito: de zin en onzin

De Cito is weer gemaakt door 85 % van de scholen.
Volgend jaar wordt de eindtoest verplicht gesteld door de minister.
In een kort TV-interview heb ik mijn reactie gegeven op de Citotoets:

http://www.omroepbrabant.nl/?epg/2680382/Onder+Ons.aspx

Ellen Emonds (leraar bs. Bonckert en docent Pedagogishe Tact) schreef onlangs een bizarre Cito-ervaring die wat mij betreft model staat voor de inhoudelijke problematiek:

Dinsdagochtend, de eerste dag van de Cito Eindtoets. De kinderen zijn bezig met het onderdeel Taal. Ze moeten teksten lezen die zogenaamd geschreven zijn door kinderen uit groep 8 en ‘die nog niet op fouten zijn gecontroleerd’. Bij een opgave moeten kinderen uit vier zinnen één zin kiezen die ook weggelaten kan worden uit de tekst. Mirte steekt haar hand op en zegt me dat ze er niet uitkomt. ”In principe kunnen ze allemaal blijven staan. Want als je deze zin leest, dan krijg je wel wat meer inzicht in wat de schrijver bezighoudt en als je deze zin leest, dan begrijp je beter hoe het komt dat hij überhaupt in dit onderwerp geïnteresseerd is, en…”

Ze kan bij alle vier de zinnen uitleggen waarom de informatie enigszins relevant kan zijn. Haar interpretaties zijn juist. Ik geef haar een tip: “Probeer je eens voor te stellen wat iemand die niet zo slim is als jij, niet hoeft te weten en zo toch het verhaaltje kan volgen. Weke zin zou er dan wel uit kunnen?” “Oh, dan is het zin B.”

Ditzelfde meisje maakt zich erg druk over haar toetsscore. Ze woont volgend jaar in Amsterdam en wil heel graag naar het gymnasium. Daar hoort ze ook thuis, maar daar hoef je met een score onder de 545 niet aan te komen, want dat is de minimale, harde ondergrens. Als ik haar gerust probeer te stellen en zeg dat ze niet meer kan doen dan haar best, dan slaat dat nergens op. Haar droom hangt aan de uitslag van de citotoets en is dus wel degelijk van groot belang voor dit kind. Wat een druk en stress voor iemand die gisteren pas twaalf is geworden.

Comments are closed.